Stampertjes therapie
Nieuwe inzichten
Welke motor de scharrel van de maand wordt is elke keer weer een moeilijke afweging. Er is zo veel aanbod in onze bescheiden-prijsklasse! De vorige keer had bij de keuze voor de MZ, naast een zacht onderbuikgevoel, ook het verstand een belangrijke rol gespeeld. Op het eerste gehoor heeft verstand-ig ook wel een positieve bijklank. Maar pas op! De ratio heeft al zo veel slachtoffers gemaakt. Verstandige afwegingen leiden zelden tot verrassende uitkomsten. Als we met zijn allen niet oppassen, wordt het zooo saaaai.
Laten we het Motor-E-motion-eel gezond houden. Wij zijn de laatsten die beweren dat je moet motorrijden omdat dat zo verstandig is. Oké, het is een wapen tegen files. Maar van veel groter belang is de positieve bijdrage van onze tweewielers in de geestelijke volksgezondheid. Dat geldt in de eerste plaats voor ons, de berijders. Maar ook leidt onze gemotoriseerde verschijning tot een geestiger evenwicht onder de toehoorders en toezieners. De motorrijders zijn de clini-clowns van onze samenleving. Zeker in deze gestresseerde tijden!
En dus wordt het een……
De (altijd te vriend houden!) goede Sint berijdt een schimmel. Maar op welke motor verplaatst een clini-clown zich? We bellen Maarten en leggen hem het probleem voor. Een beetje teleurgesteld zijn we als hij voor stelt dat we in dat geval even zijn dagelijks vervoermiddel moeten lenen. Een woon-werk-fiets? Dat klinkt niet erg spannend. Maar we kennen Maarten al wat langer. En daarom gaan we met goede zin naar Oosterbeek.
Ik stee teeneeree
“Daar staat ie,” wordt meteen vervolgd door: “Leuk hè?” Het valt niet te ontkennen. De eigenaar van Mc Motor heeft helemaal door wat wij zoeken. Voor ons staat een XT 600 Ténéré. Geen gewone, maar één die gewend is op straat te spelen. En hij heet Stampertje. Hij heeft dezelfde kleur als de GSX-R-1 van dezelfde eigenaar, die een jaartje of wat geleden in ons lijfblad stond. “Twickelspray” stond er op de bus. Dat schijnt een soort hamerslag tectyl te zijn. Ideaal spul voor schepen op de grote vaart, industriële installaties en Stampertje. Nu we het over min of meer lakachtige lagen aan het oppervlak hebben, tussen de vele ingetogen zwarte vlakken ontwaren we rode “smilies”. Dit logootje troffen wij aan op de tank, de spiegel en het koplampglas. Een grapje? Nee, we hebben het hier over functionele details. Wat zeg ik, wapens in de strijd tegen de saaiheid. Immers, wij gaan rijden op een clini-clown-motor
Stampertjes hart
Onze vermomde XT 600 heeft een vrijwel geheel standaard blok uit een Ténéré. De eigenaar heeft het blok wel een keer binnenstebuiten gehad. Alles geïnspecteerd en zonodig verfrist. Er is wel een “hetere” nokkenas gemonteerd. Daarmee is wel wat “sleurkoppel” onderin ingeleverd. Maar in het hoge toerenbereik is duidelijk winst geboekt. Mogelijk dat het gemonteerde K&N luchtfilter daar ook een kleine bijdrage aan levert. Het boven de bak gemonteerde oliekoelertje is een standaard exemplaar. De uitlaat is een eigen constructie van de eigenaar. Als basis voor de uitlaatbochten werd een setje geleend van een Honda CM 400. Maar zo te zien moest er nog heel wat gebakken en overgebakken worden voordat een passend setje ontstond.
Los van de aanpassingen hebben we het nog steeds over een forse éénpitter. Een klap komt overeen met 595 cc. Ach, ik verwacht gewoon het karakter van een lekker vette offroad, met bovenin iets meer adem. Straks gaan we rijden, en dan zien we het wel.
Stampertjes geraamte
Aan de voorkant heeft de lange originele vork plaats gemaakt voor een ander exemplaar. Hier herkennen we de ledematen van een latere CB 750 enkelnokker. Met een dubbele schijf. Moet ruim voldoende zijn op deze veel lichtere éénpitter. Ook de achterschijf, compleet met bediening en potje, is van deze motor overgenomen. Zowel voor als achter zien we ons onbekende wielen. Het blijken eigenbouw producten te zijn. Werkelijk, dit is het resultaat van het recept: “Men neme een stuk pijp, enz, enz”. Wij bewonderen deze constructie met zo’n hoog Derde Wereld gehalte. Stel dat ik de moed had mijn eigen wielen te lassen. Dan zou ik misschien naast mijn schoenen lopen van trots. Maar ik zou ook zeker naast mijn motor gaan lopen.
De typische 32 liter hang-wang-tank van de woestijnkruiser met de naam Ténéré is vervangen door een meer ingetogen exemplaar van een Honda CB 350 twin. De buddy met kontje komt niet uit de Honda stal. Het betreft nu een donatie van een Yamaha RD 250. Minder spannend zijn overbodige zaken als koplamp, de tellers en het achterlicht. Universeel spul uit een of andere catalogus.
Al met al maakt Stampertje een kwieke indruk. En we nemen ons voor om die voorrem met beleid te gaan gebruiken. Zo’n CB 750 weegt een eindje over de tweehonderd kilogram. Veel exemplaren moesten het stellen met maar één schijf. Twee van die schijven op een fietsje dat afgetankt in de boeken staat voor 163 kilogram. En daarbij moet je je realiseren dat dat inclusief een gevulde originele tank is. Stampertje zal met halfgevulde CB-tank zo’n 135 kilogram wegen. En dat is héél weinig. Ook in verhouding tot de ongeveer 50 pk die deze éénpitter maximaal op kan hoesten.
En waar lijkt dit op? Oftewel, wat staat ons zo te wachten? Onder dit scharrige zwarte jasje schuilt iets heel moois. Helemaal geen bluf, Stampertje zegt BLAF! Geef je een beetje gas, dan heb je een wheelie, raak je de rem aan dan heb je een stoppie.
Starten
Om een XT te kunnen starten moet je wel het trucje kennen. Koude start? Dan kraan open en choken. Langzaam de kickstarter doortrappen. De décompresseur gaat open. Stop als je net voorbij de compressieslag denkt te zijn. Dat komt overeen met het “zware “ gedeelte dat je zou voelen als je geen décompresseur had. Nu de kickstarter helemaal terug laten komen. Contact aan en met je volle gewicht doortrappen. Tot zover de procedure bij een normale XT.
In het geval Stampertje jouw XT is, is de fase van “voortrappen” gelijk aan die bij de andere soortgenoten. De grap zit hem in de stap “contact aan”. Op deze motor zitten Honda CB 750 handels op het stuur. Ook de dodemansknop van de oude Honda is operationeel. Dat levert een technisch hobbeltje op. Yamaha schakelt aan massa, bij Honda wordt de voeding onderbroken. Klinkt structureel anders. En dat is het ook. Zet je de dodemansknop op Run, dan zet je de motor uit. Denk je de motor uit te zetten, dan gaat de ontsteking in de actieve stand. Klinkt als een grap. Maar het heeft onlangs er wel voor gezorgd dat een stiekeme poging tot joyriding geen succes had. Het contactslot was geforceerd, maar dankzij het “verkeerd” geschakelde knopje zat “riding” er voor deze gast niet in. En van “joy” zal ook wel geen sprake zijn geweest.
Rijden
Een laatste blik voor we gaan rijden. Syl is al begonnen met enkele detailfoto’s. Weer een vriendelijk aspect van deze motor. Geen chroom, alleen de remschijven en de binnenpoten van de voorvork vertonen enige vorm van glans. Eindelijk geen vervelende reflecties of ongewenste afbeeldingen op een tankflank. Maar ik heb geen zin om nog langer te wachten. We gaan de uiterwaard in. Kleine paadjes en een mooie lucht, zegt Syl. Lekker blaffen denkt ondergetekende.
Onder toezicht en met instructie van Maarten wordt Stampertje tot leven gewekt. Nog net op tijd signaleer ik het omgekeerde versnellingspookje. Dat wordt dus één omhoog en de rest naar beneden. Met een versneld stationair toerental en gespeelde nonchalance duiken we de uiterwaard in. En naenkele honderden meters stuit ik op een weiland dat bewoond wordt door kamelen. Een stuk of zes van die collega-woestijnkruisers met twee bulten. Op mijn éénpitter voel ik me meer op mijn gemak dan op zo’n Big Twin. En als de temperatuur van de olie voldoende gestegen is wordt het spel echt. Althans, dat dacht ik. Ik wordt gesloopt. Deze paadjes zijn uitstekend geschikt voor een offroad-motor. En dat is deze dus echt niet meer. Met een klein stuurtje, stepjes omhoog en twee keer een korte en harde veerweg zitten we op een klein wegracertje. Ergo, ik zit op de verkeerde motor. En, daarbij komt, dat het niet mijn eigen tweewieler is. Maar, ook weet ik zeker dat Maarten nooit zo met Stampertje zou rijden. Zullen we eens proberen om Maarten’s rijstijl aan te houden? Moet toch kunnen.
En dat betekent: Gaan! Wij zitten nu op een virtueel wegracecircuit van ver voor de Tweede Wereldoorlog. Dus zo ging dat vroeger. Even weer omhoog, via een trapje, een woonwijk, een weiland, een bouwplaats, een stukje provinciale weg, even snelweg. Wordt saai en recht, hier moeten we snel weg. Afrit, woonwijkje zestiger jaren,veel korte bochten. Terug naar het spoor. Lekker onderlangs. Dampend arriveer ik bij Mc Motor. Eerst koffie, en dan een evaluatie.
Maarten geeft een paar voorzetten. Achterwiel heeft toch wel een heel,klein beetje hoogteslag. Niks van gemerkt. De powerband zit tussen vier en een half en zes en een half duizend toeren. En je kunt hem veilig doortrekken tot zeven. Is me niet opgevallen. De remmen piepen af en toe, moet ik nog eens nakijken. Niets van gehoord. Maar wat vond je er van? Onbeschoft lekker! Twee heren, twee grijnzen, één gedachte.
Is dit een……scharrel?
Als je invult “verstandige”, dan is het antwoord beslist “nee”. Rustig toeren lukt mij echt niet. Je houdt het niet lang vol op dit scheurijzer. En op een (iets minder) goede dag stap je een keer onvrijwillig af. Beetje schade, blauwe plek of net iets meer. Niet doen, dus?
Rest de vraag; is dit wel een scharrel? Hij is niet te koop, dat is wel duidelijk. Maar met een schade XT en enkele honderden euro’s aan artikelen van de sloop en een heleboel tijd en een beetje handigheid scoor je een adrenalinepil die zijn gelijke niet kent. Dit is pure Motor-E-Motionele vitamine. Toch fijn, dat lekker zo gezond kan zijn!
Met dank aan Maarten van McMOTOR
Ernie Wijnstekers
Fotografie: Sylvia Scholder