Yamaha Zonder Franje
Struikelen over een streetfighter
Op weg naar Paul om even wat van die fijne ongedoopte SAE 50 voor zijn Liberator te brengen (lokale oliebron: Gekra te Dieren, 0313 416045). Een goede gelegenheid om even de Citer uit te laten. Het nieuwe luchtfilter wordt bij een flinke pets in de carburateur uitgespuugd. Meer choken en met stevig verhoogd stationair toerental komen we net iets sneller dan bedoeld bij de eerste bocht. De maximaal uitgeritste tanktas vol 1 litervaatjes olie gaat plotseling naar links over te hellen. Dat wordt een conflict met het stuur. Naar links gaan zit er dus even niet in. Rechtdoor is er een gaatje tussen de bomen. Zwabberkoersend met twee hakken aan de grond wordt de groene route vervolgd. Dan kun je net zo goed gas bijgeven. Zo ploegend herwinnen we de gebaande weg. Met een gezicht dat uitstraalt “Dit is toch heel normaal?” vinden we een plekje bij de verbaasd dan wel angstig kijkende medeweggebruikers.
In Oosterbeek wordt de olie overhandigd. Buurman Maarten komt informeren naar de gezondheid van mijn oogappel. “Heb je hem nou voor elkaar?” Graag had ik bevestigend geantwoord maar de realiteit is anders. Wat je beleeft als je koppeling niet vrij wil komen, gewoon een beetje te warm lopen, of een beetje olielekkage, maar ook een af en toe wat smeulend karakter van een stukje draadboom. Onder de koffie zitten we te bedenken wat er allemaal nog meer kapot zou kunnen gaan. Daarna moet er beslist naar de nieuwe middenlange-afstands-boodschappenfiets van Maarten worden gekeken. Het beroemde Stampertje blijft voor een klusje om de hoek. Maar sinds kort heeft hij een broertje: een Yamaha YZF 750 R. Oftewel een driekwart liter Yamaha Zonder Franje en waar die R voor staat is nog niet duidelijk.
Ik besluit in de tegenaanval te gaan met de vaag: Is dat niet een beetje saai, zo’n ding?. “Wat saai, hij gaat als de brandweer! Dit is pas een scharrel, een hartstikke lekker rijding! Dit ding is technisch helemaal voor elkaar!”. Foutje. Ik herinner me zijn R1 in een GSXR 750 frame. Weet je nog? Aflevering “Dat is me R1’tje”. Zou dit ook zoiets zijn? De interesse is gewekt. Maar ik had al lang begrepen dat ik niet hier wegkom zonder op deze motor te hebben gereden. Had ik zijn motor maar niet saai moeten noemen.
Ik weet dat fotografe Sylvia thuis is. Even bellen, en ja, met een half uurtje komt ze. Wat zal ik doen: eerst even deze Yam uit laten, of verder aftoppen met koffie. Het wordt het laatste. Kunnen meteen het bekende rondje rondom doen.
Heel gewoon, toch?
Wat staat er nou voor ons? Een heel gewone zeven jaar oude YZF 750 R. Deze motor heeft wel een anti-diefstal jasje gekregen. Het oorspronkelijk wit met oranje en rose is niet aan hem besteed. Zuurstok is slecht voor je tanden hoor ik de net voor de tweede keer vader geworden Maarten zeggen. Wat zijn dan de medische voordelen van deze zwarte schimmellaag? Het is Sonax matzwarte hittebestendige lak, goed spul. Het oogt als schoolbordenzwart. De kuip is aan deze behandeling ontkomen. “Ja, was een geval van valschade”, klinkt het uit de werkplaats.
Het bekende 20 kleppenblok ziet er geleefd maar niet afgeleefd uit. Wat zijn deze modellen toch smal en compact! Op het deksel over het (secundaire) voortandwiel ontwaren we het opschrift “Magnesium”. Glimlach, eens was dit materiaal voorbehouden aan racemotoren. Wel is goed te zien dat Maarten alles heeft verwijderd dat geen bijdrage levert in zijn pogingen om snel van A naar B te gaan. Dit ruikt naar een serieuze aanpak. Maar ook dat idee kunnen verwerpen. Achter de radiateur bevindt zich een dikke klont bedrading die zorgvuldig is ingepakt met tape. Al met al een gewoon sportief ding van een paar jaar oud waar op het eerste gezicht toch echt niets bijzonders aan te zien is. Zou hij dan toch saai zijn?
Het frame dan. Ja, de bekende deltabox, een dikke achterbrug. Daar vinden we weer die kleine kevlar-look knipperlichtjes. Zij komen uit de accessoirehoek. Moeten we ons daar nou druk om maken?
Maar ik geef toe dat die voorrem met zes zuigers indrukwekkend is. Lekker grote schijven en over het hele loopvlak bereden sportbanden. Michelin 180/55 achter, 120/70 voor op 17 inch velgen. Maar ja, er zijn wel meer sportieve fietsen die voorzien zijn van dit soort oorlogsuitrusting. Alleen het chroomkleurige kuipje met het opschrift Raptor zul je niet vaak tegenkomen. Herkomst van de kuip onbekend. Het opschrift is afgeleid uit het Latijn van het werkwoord Rapere dat een aantal betekenissen heeft in de sfeer van snel grijpen en je uit de voeten maken. Zal wel.
Of zou het hem in dat minuscule spiegeltje zitten. Zo klein, zo fijn als een spiegeltje maar kan zijn. Wat is het geheim van deze Yammie?
Daar komt Sylvia.
Waarom snapt zij het wel?
Zacht komt daar de BX aanzweven. Tot een scherp zzzzzKRAAAAK de vogels doet opvliegen. Ach, dat heeft hij wel eens. Dan wil ie niet in z’n achteruit. Zo luidt haar verklaring. Ik heb wel eens mogen ervaren dat liefde soms blind maakt. Maar dat je wanneer het een BX betreft slechthorend van wordt, is voor mij nieuw. Met een kordaat “Dat is ‘m zeker”, stapt zij op de juiste motor af. Zij voelt dus wel aan waarom juist deze motor iets speciaals moet zijn! Zeg Syl, kun jij mij uitleggen waarom dit zo’n bijzonder ding is? “Eens even kijken, het is een Yamaha”. Dat had ik ook wel gezien. Op dat vlak heb ik mijn huiswerk al gedaan. Hij zal wel achterlijk hard gaan, is haar volgende opmerking. Ah, dom van mij, het vrouwelijk deel van het MotorEMotionteam weet het weer eens beter. We worden er weer eens aan herinnerd dat onze soort uit twee delen bestaat: domme apen en vrouwen. Een grijnzende blik van Maarten uit de werkplaats bevestigt dat Syl het bij het rechte eind heeft.
Zo’n fiets zonder franje past wel bij Maarten. En die R aan het eind van zijn typenaam heeft hier dus de betekenis van Razend snel Race Ding. Of zoiets.
Het geheim
Laatst heb ik nog op een vrij recente Fazer gereden. Heel veel meer dan goed, maar daardoor voor mij een tikkeltje te braaf. Zou deze zuurstok met half doorschijnend matzwart velletje wel de zinnen prikkelen? We gaan het zien.
Choke lospeuteren en naar achteren draaien. Maarten komt even kijken. Contact aan, een druk op de startknop. Onmiddellijk slaat het grommende beest in deze Yam aan. Mooi rond, het geluid van beheerste gasstromen en een volstrekt ontbreken van enig mechanisch geluid. Een soort lage fluittoon. Toch wel hele vreemde decibellen, heel anders dan van die Fazer laatst. Niet zozeer méér geluid, maar anders. Maarten, wat heb je gedaan? Schuldbewust biecht Maarten het op. De demper is wel origineel, maar hij had hem alleen maar een beetje korter gemaakt. Knap gedaan, met behoud van beschaving en toch een heel ander geluid. Dan is er zeker ook verder wat aangepast? Nou, alleen waar nodig. Maar wel alles heel netjes afgesteld. Ik voel al nattigheid. Die R1 was indertijd ook alleen maar afgesteld. Dat betekende bijvoorbeeld ook dat hij een paar dagen op de vermogensbank heeft gelogeerd. Je moet er wat voor over hebben om de EXUP perfect op tijd te laten werken. Ik vermoed dat ook deze YZF helemaal scherp staat.
De proefvlucht
Een tikje gas en we gaan langs de Benedendorpseweg richting de stuw. Kronkelige weg, paar bochtjes, een rotondetje. Het valt niet mee om de BX in de spiegel te houden. Op deze motor moet je schoppen en slaan om niet meteen enkele malen boven de daar geldende snelheidslimiet te gaan. Wat is dit ding hongerig! En wie ben ik dat ik dit renpaard niet laat doen wat hij o zo graag wil?
De choke mag er al gauw af. We zijn nu buiten de bebouwde kom. En Syl kent de weg toch wel. Hoogste tijd voor een heel klein maar wel stout tussensprintje. Even doorhalen tot 10.000 rpm. Dat gaat zo snel dat er nauwelijks tijd is om het te registreren. Een soort hik op twee wielen. Poeh! Hoe was het ook alweer? Kleine bochtjes zijn ver weg, grote bochten zijn dichtbij. Of was het nou omgekeerd? Voor we aan de detailfoto’s beginnen nog gauw even een paar keer heen en weer. Dat leert dat bij 10.000 rpm het even lijkt alsof de motor inhoudt. In werkelijkheid is dat de voorbode van het moment waarop je nog een extra schop krijgt. En dan zit je al snel in het rood. Als eerste komen we aan bij de stuw. Helm af. Sylvia arriveert. Met een geforceerd onschuldige blik speel ik met het klepje op de benzinedop waar “pull” op staat.
Ontkennen heeft geen zin. We zijn een paar keer langs een bekende BX gevlogen. Dat is haarfijn geregistreerd. Daarvan getuigt de als bevestiging bedoelde vraag “Hij gaat wel lekker, hè?” Ontkennen heeft geen zin.
Ernie Wijnstekers
Fotografie: Sylvia Scholder
Met dank aan Maarten van McMOTOR
Kader 1
Ook deze motor is te koop.
Kader 2
Een andere tak van het mc-imperium: McSlee.
Naast het runnen van een motorzaak hebben de heren ook nog tijd om met auto’s te spelen. Het liefst Amerikanen. Met dat doel is de stichting mc slee opgericht. Drie caddilac’s uit 68/69, een cabrio, een sedan en een ex-ambulance hebben hier een thuis gevonden. Voor gewone stervelingen zijn deze wagens te huur. Uitsluitend met chauffeur.
Kader 3
Kan het gekker?
Neem een dikke V8, de aandrijving van een Renault 20 en een linker voorpoot van een 2CV.
Wat heb je dan? Een gemotoriseerde driewieler. Maar het wordt er een die je met zijn drieën moet besturen. Want alle drie de wielen worden onafhankelijk van elkaar bestuurbaar gemaakt! Iets voor de Zwarte Cross dus. Zo gauw er levenstekens zijn van dit vehikel hoor je er meer over in de Scharrel van de maand.